BOEREN VOOR BOEREN
De BD-Vereniging is in 2021 een nieuw initiatief gestart: Boeren voor Boeren. Een groep van negentien ervaren biodynamische boeren en tuinders is bereid om minder ervaren boeren te ondersteunen bij hun vragen. Praktische vragen over teelt, dieren of compost? Zoekende bij het toepassen van preparaten of het afstemmen op het wezen van je bedrijf? Tips voor samenwerken met klanten of collega’s?
Je vindt de ervaren boeren op deze lijst: LIJST ADVISEURS BOEREN VOOR BOEREN. Contactgegevens kun je opvragen bij de projectcoördinatie, Hetty Bruins, via mail. Met de boer maak je vervolgens afspraken over de werkwijze.
Het advies is gratis voor BD-boeren (afgezien van wat de boeren onderling afspreken over bijv. reiskosten).
Maak kennis met Boeren voor Boeren
Enkele 'Boeren-voor-Boeren-boeren' stellen zichzelf voor. Lees hun verhaal hieronder.
Maarten van Liere: "We vonden in de BD en in de antroposofie nieuwe inspiratie om de landbouw uit te oefenen naar ons hart. Na veel ontwikkelingsstappen stapten we over naar tuinbouw. Er ontstond een sterke verbinding tussen ons en veel van onze klanten.”
Lees het verhaal van Maarten HIER (of scroll naar onder)

Asse Aukes: "Ik zie de BD-methode vooral als een persoonlijke ontwikkelingsweg naar een dieper spiritueel contact met de mij omringende scheppingswereld. Begrijpen zal ik het nooit, maar ervaren van het grote wonder waarin we leven en een diepe dankbaarheid, dat blijft groeien.”
Lees het verhaal van Asse HIER (of scroll naar onder)

Jan Weijsenfeld: “We hebben veel pionierswerk moeten verzetten en vaak veel moeten incasseren maar altijd hebben we ons aan onze eigen uitgangspunten weten te houden, onze eigen identiteit weten te waarborgen; zo zijn onze manieren.”
Lees het verhaal van Jan HIER (of scroll naar onder)
Maarten van Liere: Leven van en voor de landbouw
Maarten van Liere uit Esbeek: “Leven van en voor de landbouw mag ik denk ik wel beschouwen als een stukje traditie in mijn familie. En van daaruit kreeg ik, omdat mijn vader boer was, de kans om hem op te volgen in het ouderlijk bedrijf, eind jaren ´70. Vermeldenswaard is denk ik, dat de Esbeekse dorpsgemeenschap toen nog een 70-tal boerenbedrijven en -bedrijfjes omvatte. ‘Boeren voor boeren’ was in die jaren ook nog een algemeen toepasbare term, want boeren gingen bij elkaar helpen als dat aan de orde was. Dat was geen vraag, dat deed je gewoon.”
“Vanaf toen ging het hard met ontwikkelingen in de landbouw, die de oude kleinschalige en gemengde bedrijfsculturen en dorpsculturen met een sociaal en religieus aspect als sneeuw voor de zon lieten verdwijnen. Het werd modern, zakelijk, op het individuele ingesteld, en ontmengd (specialiseren moet je leren!). Massa is kassa, en veel kan altijd nog meer, liefst met minder mensen.”
“Daar moest natuurlijk wel een tegenstroom tegenover ontstaan, of beter gezegd, die bestond al in de praktijk van de BD-landbouw, zij het dat deze nog slechts in kleine kring bekendheid genoot. Gelukkig kon ik samen met mijn vrouw Hermien in de BD en in de antroposofie nieuwe inspiratie vinden om de landbouw uit te oefenen op een manier naar ons hart. Dit laatste werd het sterkst beleefd toen we, na veel ontwikkelingsstappen, naar tuinbouw waren overgestapt en onze groentes en andere producten van het bedrijf aan een kring van bij het bedrijf betrokken klanten konden gaan leveren. Er ontstond een sterke verbinding tussen ons en veel van onze klanten.”
“Na een voordracht van Andrew Lorand bijgewoond te hebben, die hij hield op de Kraaybeekerhof, over Community Supported Agriculture (CSA)-bedrijven, besloten we op ons bedrijf ook voor deze vorm te kiezen. Het betekent, in het kort gezegd, de productie afstemmen op je klantenkring, dit te doen met een open begroting van baten en lasten, dit in een jaarlijks te beleggen klantenvergadering met de klanten te bespreken, en zeg maar aan de klanten te vragen om de prijs van het groentepakket mede vast te stellen. Resulterende in een bevredigend inkomen voor de boer en medewerkers. Dit principe is wel in enkele zinnen op te schrijven, maar iedereen zal begrijpen dat er heel wat denkwerk, handwerk, communicatiewerk, logistiek werk, engelenwerk en last but not least vrijwilligerswerk bij komt kijken. Dit alles maakt het extra spannend om op deze manier bezig te zijn.”
“Terugkijkend zijn wij er erg dankbaar voor dat we het op deze manier zoveel jaren hebben mogen doen, en was het meer dan de moeite waard. Dat het lukt om bij consumenten de belangstelling voor de landbouw in het algemeen – en in het bijzonder voor het wel en wee voor dat ene BD-landbouwbedrijf – aan te wakkeren geeft veel voldoening. Niet alleen dat; de klanten gaan zich, in meerdere of mindere mate bewust worden van een medeverantwoordelijkheid voor het bedrijf, en dus voor een stukje van het landbouwgebeuren. Het gegeven dat je klanten je meehelpen het bedrijf te dragen, is voor ons altijd een grote kracht geweest om geïnspireerd te blijven en om door te kunnen gaan.”
“Daarom wil ik dit stukje afsluiten met een meest in het oog springend voorbeeld hiervan. Het was het jaar 2016, en de begrotingsvergadering was al achter de rug, toen we in de maanden mei en juni werden bedeeld met zeer overvloedige regenval. Zodanig dat het land langdurig blank stond en een goed deel van de oogst verloren ging. Deze opbrengstdepressie kon niet met antidepressiva gecompenseerd worden, en sloeg een gat in de begroting. De kerngroep van klanten werd bijeen geroepen en het probleem werd voorgelegd. Het eerste besluit wat samen met de klanten werd genomen was, dat we ter compensatie de gemiste oogst met inkoop bij collega´s en handel zouden compenseren. Het formele deel van de avond was snel afgerond. Enkele praktisch aangelegde lieden in de kring vroegen ons even te becijferen hoeveel de schade bedroeg. Dit had ik berekend op € 16.000. Nou, aldus dezelfde mensen met praktisch inzicht: dan gaan wij toch zorgen dat dit bij elkaar komt! Dezelfde avond ontstonden er allerlei creatieve ideeën wat er gedaan zou kunnen worden. De acties die in het verdere jaarverloop vorm kregen waren stuk voor stuk weer feestjes op zich! Het hiaat in de begroting is bijna nauwkeurig tot het bedrag voor elkaar gekomen. Zoiets zou natuurlijk niet gaan, als je je boontjes aan bedrijf x zou moeten aanbieden.”
“Eind 2019 waren we in de gelukkige omstandigheid gekomen dat we ons bedrijf en de klanten over konden dragen aan onze opvolger Michiel. Natuurlijk valt er veel meer over onze ervaringen te vertellen. Dit doen we graag, als ons daarnaar gevraagd mocht worden.”
Maarten van Liere
Asse Aukes: Sociale uitdaging en persoonlijke ontwikkelingsweg
Asse Aukes uit Abbega: “Na de Hogere Agrarische School te Groningen heb ik gewerkt op meerdere bedrijven, zowel gangbaar als BD. Onder andere bij Jan de Veer, toen in omschakeling, proefbedrijf OBS (Ontwikkeling Bedrijfs-Systemen) te Nagele, en het gemengde bedrijf van Jos Pelgrom te Luttelgeest, toen net omgeschakeld. Vanaf 1983 heb ik zelfstandig gewerkt, eerst in de tuinbouw, zowel kas als vollegrond te Sexbierum. Vanaf 1990 heb ik geboerd op Gerbranda State te Pietersbierum (gekocht samen met BD Grondbeheer). We hebben het bedrijf direct volledig omgeschakeld en in de loop der jaren ontwikkeld naar een divers gemengd bedrijf met akkerbouw, groenten, 600 geiten en een zorgboerderij met winkeltje, eerst 30 en later 42 ha.”
“Ik heb het bedrijf nooit alleen gerund, altijd in samenwerking en vennootschap met anderen. Heb veel ervaring op dat gebied, ook hoe het fout kan gaan. Heb ook wel geadviseerd bij samenwerkingsproblemen. Ik heb vaak gezegd: ‘De landbouw is een uitdaging, maar de sociale uitdaging is veel groter’.”
“Nu ben ik nog bestuurslid in de Stichting Biowerk. Deze Stichting faciliteert en stimuleert onderzoeksprojecten in het noorden van het land en is voortgekomen uit Biowad en werkt veel samen met het akkerbouwproefbedrijf in de Kollummerwaard. Daarnaast ben ik nog actief bij het opzetten van de dorpstuin en merk daar wel hoe belangrijk het is om er iemand bij te hebben, ik dus, die weet waar hij het over heeft als het gaat over bodemleven, grondbewerking, structuur, vruchtwisseling enzovoort. Dat wordt door iedereen ook heel erg gewaardeerd.”
“De groentetuin ligt als een cirkel in het grotere oude boerenerf van 0,5 ha. Vanuit een centrale zeshoekstructuur is de cirkel verdeeld in 6 parten, taartpunten. Een 6-jarige vruchtwisseling, waarbij iedere gewasgroep elk jaar 1 perceel, 1 part dus, opschuift. Zo krijg je een hele speelse vormgeving die toch voor iedereen heel goed inzichtelijk is. Best belangrijk om het begrijpelijk te houden voor mensen die geen idee hebben wat vruchtwisseling inhoudt. Het hoort ook bij zulke projecten, dat je kennis en ervaringen met elkaar deelt. In Friesland is dat vaak zelfs voorwaarde voor het verkrijgen van subsidie.
“Ik heb dus ruime ervaring en inzicht in gemengde bedrijven, vruchtwisseling, de kansen en mogelijkheden zien van de grond. Maar ook in samenwerking en vooral je eigen ontwikkeling daarin, de specifieke omstandigheden en de mensen waarmee je werkt. Ik ben nooit goed geweest in rijk worden, wel goed in veel bereiken met weinig middelen. En ik kan mensen wel enthousiast maken. Ik zie het als een uitdaging om in deze tijd ook op een groter en complex bedrijf de menselijke maat te behouden. “Wat de specifieke BD-maatregelen betreft ben ik altijd een zoeker gebleven. De preparaten blijven voor mij nog altijd een raadsel. In de loop der jaren zijn we gestopt met machinaal spuiten. Liever minder vaak, maar wel met de hand roeren en over het land brengen.”
“Het blijft een beetje een raar gevoel om geen boer meer te zijn, vooral in het voorjaar en in de oogsttijd. Heel vaak ging ik 's ochtends om een uur of 5 het land op om al lopend contact te zoeken met het bodemleven, de planten, het vee. Ik zie de BD-methode vooral als een persoonlijke ontwikkelingsweg naar een dieper spiritueel contact met de mij omringende scheppingswereld. Begrijpen zal ik het nooit, maar ervaren van het grote wonder waarin we leven en een diepe dankbaarheid, dat blijft groeien.”
Asse Aukes
Jan Weijsenfeld: 'Altijd hebben we ons aan onze eigen eigen identiteit weten te waarborgen'
Terugkijkend op mijn carrière in de landbouw kan ik stellen dat deze in 1971 is begonnen. Omdat ik ging dienstweigeren volgde een periode om erkend te worden en uiteindelijk vervangende dienst te gaan doen. Ik heb toen eerst 9 maanden bij het vegetarisch bejaardentehuis Felixoord in Oosterbeek gewerkt. Er was geen vacature, maar ik heb er letterlijk in huis (verzorging), tuin (6 ha bospark en een grote groentetuin van ca 3000m2) en keuken gewerkt.
De bewoners waren voornamelijk mensen met een duidelijk spirituele levensopvatting en dat varieerde van theosofie, antroposofie, de mazdaznan en soefi-beweging tot vrij katholiek en humanisme. Ik heb er heel boeiende gesprekken gehad met bewoners. Ook in het werk heb ik veel inspiratie opgedaan door met een zeer ervaren en gedreven tuinder te mogen werken. Bij mijn vertrek werd ik door een van de bewoonsters getipt om naar Warmonderhof te gaan. Het bleek te gaan om mevrouw Wijgmans. Later zou ik - werkzaam op Kraaybeekerhof – Andreas Wijgmans leren kennen, werkzaam bij de Biologisch-Dynamische Vereniging, haar zoon. En nog weer later – toen ik op de Vijfsprong werkte - leerde ik zijn zoon Frank Wijgmans kennen die oprichter was van verdeelcentrum Bloemberg, waar we voor onze afzet van groente en zuivel zaken mee deden. Drie generaties Wijgmans dus ...
Aansluitend heb ik mijn vervangende dienst verricht bij psychiatrisch ziekenhuis de Willem Arntz Hoeve te Den Dolder. Wanneer je de hoofdingang opreed was er links Dennendal, de zwakzinnigenafdeling, en rechts de psychiatrische afdeling. En daar kwam ik te werken. Dennendal had in die tijd een antroposofisch geïnspireerde directeur die nogal afwijkende ideeën had over hoe om te gaan met de bewoners. Dat zorgde voor veel opschudding. Ik was zeer geïnteresseerd. Bij de psychiatrie was een directeur die de therapie uitsluitend op zaal wilde hebben en daartoe de boerderij en tuinderij en andere buitenwerkgebieden niet meer verplicht als werkgebied beschikbaar wilde hebben. Met als gevolg dat deze werkgebieden opdroogden. De groente van de tuinderij gingen naar veiling Utrecht en met een beetje toeval werden de bietjes voor de keuken van de eigen tuinderij via de veiling daar afgeleverd … geen opschudding hierover in de media. Omdat ik er tevens de opleiding voor verpleegkundige volgde heb ik er een zinvolle periode gekend. Maar het werd me ook duidelijk dat dit niet voor mij de toekomst was. En dus naar Warmonderhof waar ik drie zeer zinvolle en leerzame jaren heb gehad.
Bij de diploma-uitreiking werd mij gezegd: ‘Zeg Jan, is Bronlaak niet iets voor jou? Ze zoeken er een tweede tuinder.’ Mijn reactie: ‘Ja maar ik wil wel gewoon verdienen en geen zakgeld plus kost en inwoning.’ Het bleek te gaan om een baan betaald volgens een CAO-regeling. De dag erop ben ik in de auto gestapt en naar Oploo gereden, naar een heilpedagogisch instituut voor 42 mannen met een verstandelijke beperking. Een soort woon-werkgemeenschap met werkgebieden als de boerderij, de tuinderij, een houtwerkplaats, en een kunstzinnig atelier. Het was voor mij direct duidelijk: hier moet ik zijn, dit is mijn plek. Kennelijk straalde ik dat ook uit want ik werd aangenomen en kon meteen al in augustus beginnen. Ik heb er drie jaar intensief geleefd en gewerkt en vooral veel ervaring opgedaan in allerlei opzicht.
Na die drie jaar - ik was inmiddels getrouwd en onze eerste zoon was geboren - wilden we ons gaan inzetten voor het werk en de doelen van het Studiecentrum voor de biodynamische landbouw, de Kraaybeekerhof. Mijn vrouw Annet zou werkzaam zijn in het huis en de keuken en ik zou de tuinder worden. We konden gaan wonen op de zolderetage en hebben hier vier jaar onze kwaliteiten voor de biodynamische landbouw ingezet. Ik werkte niet alleen op de tuin, maar draaide ook mee met de moestuincursussen en andere activiteiten, zoals de werkweken van de Vrije Scholen die zich ieder jaar aanmelden. Dit waren er gemiddeld 4 per jaar en dan ging het om 7de-klassers die dan iedere ochtend in groepen begeleid meedraaiden op het bedrijf. Verder was er een vaste relatie met de Driebergse Vrije School waarvan de 6de klas 4x in voorjaar en zomer een dag meedraaide en de 7de klas iedere week voor de tuinbouwles kwam opdraven. De tuin had dus meerdere functies. Want naast productie was er de instructie en demonstratie. Een lastige combinatie. Leerzaam, nuttig en vermoeiend.
Na vier jaar en veel nieuwe ervaringen opgedaan te hebben en ook twee zonen rijker, kozen we ervoor om in te gaan op de vraag Derk en Ria Klein Bramel om met hen een initiatief te ontwikkelen onder de noemer van een therapeutische leef-werkgemeenschap. Derk kon het landbouwbedrijf in Vorden van zijn ouders overnemen en wilde daar iets heel anders en iets vernieuwends mee in de wereld zetten. Om te beginnen hebben Derk en ik ons op een van de kamers op Kraaybeekerhof teruggetrokken en zijn gaan schrijven aan een stuk wat we wel het intentie-schrijven noemden, waarin we vernoemd hebben wat onze uitgangspunten waren van datgene wat we voor ogen hadden met een therapeutische leef-werkgemeenschap.
De voornaamste uitgangspunten waren: we wilden zorg en opvang bieden voor mensen met een verstandelijke beperking en aan mensen met een psychosociaal probleem. Dat was dus een gemengde doelgroep en op dat moment not done in de wereld van de zorg. Maar wij hadden de ervaring dat juist een gemengde doelgroep beter bij ons als werkgemeenschap zou passen qua levendigheid, qua dynamiek in het sociale leven. Derk en ik hadden er allebei ervaring mee opgedaan (Derk was mij als tuinder opgevolgd op de tuin van Bronlaak): we hadden vaak mensen opgevangen die met een soort van verkapte hulpvraag als vrijwilliger op onze tuin mee kwamen draaien en zich daarbij dienstbaar opstelden ten opzichte van de zorgvragende mens met een beperking.
Ook in de landbouw hadden we een tegenovergesteld beeld van wat gangbaar was: geen specialisatie maar juist een gemengd bedrijf op biodynamische leest geschoeid. Ons intentie-schrijven hebben we ruimschoots laten lezen door deskundigen, collega´s en betrokkenen en gevraagd naar hun mening. Het resultaat was dat we in 1984 zijn begonnen op eenvoudige en zelfs primitieve wijze, maar met een sterke wilskracht om ons ideaal te verwezenlijken. Om het financieel ook haalbaar te laten zijn, werd er flink geïntensiveerd door de bouw van een koude kas en een zuivelverwerkingsruimte. We zijn geleidelijk onze veestapel gaan uitbreiden waarbij we het geluk hadden dat de Gimsel-winkelketen werd opgezet en zij er voor kozen onze volle kwark als hun huismerk te gaan vermarkten. Begon het met één winkel in Arnhem, het groeide door de jaren door naar ruim 30 stuks. En dat betekende ook een mooie toename van onze veestapel.
We hebben veel pionierswerk moeten verzetten en vaak veel moeten incasseren maar altijd hebben we ons aan onze eigen uitgangspunten weten te houden, onze eigen identiteit weten te waarborgen; zo zijn onze manieren.
Na 25 jaar heb ik de Vijfsprong vaarwel gezegd, vooral door een lastige knieblessure. Ik kon terugkijken op een tijd waarin ik veel heb kunnen opbouwen, zoals een goed draaiende tuinderij met veel regionale afzet (als mede-initiatiefnemer van de Biologische Producentenvereniging Achterhoek (de BPA), met daarbij de distributie en organisatie door Distreko) en afzet naar Odin (onder andere voor de groenteabonnementen), en het opzetten van een winkel op het eigen erf. En altijd een stevige en constructieve band met de hulp- en zorgvragers.
Als afsluiting van mijn carrière heb ik nog 4 jaar de hoteltuin van Hotel de Lochemse Berg ontwikkeld en parttime verzorgd naast een tuin opgebouwd te hebben van ca. 1 hectare vlakbij de Vijfsprong, die mij door een particulier beschikbaar werd gesteld. Deze laatste heb ik tot mijn 70ste met veel plezier met een aantal vrijwilligers verzorgd.
Graag deel ik mijn ervaringen en gedachten en denk mee met de plek van andere bedrijven in de samenleving.
Jan Weijsenfeld