Home - Duurzame landbouw, Dynamisch Perspectief - Duurzame kringlandbouw in 2040

Duurzame kringlandbouw in 2040

Meer mensen, minder machines

‘Het roer moet helemaal om’, zegt Meino Smit, biologisch akkerbouwer en onderzoeker. Hij promoveerde in Wageningen op een onderzoek naar de duurzaamheid van de Nederlandse landbouw. Derk Klein Bramel gaat met hem in gesprek en ontdekt: ‘Jouw duurzame landbouwmodel voor Nederland in 2040 lijkt verrassend veel op de landbouw zoals Rudolf Steiner die voor zich zag. Dat laat je met keiharde cijfers zien.’

Tekst: Ellen Winkel

“In mijn boek wordt een aantal landbouwmythes doorgeprikt”, vertelt Meino Smit aan de keukentafel bij Derk Klein Bramel, bestuurslid van de BD-Vereniging. “Je hoort vaak dat de Nederlandse landbouw zo efficiënt is. Maar dat is gewoon niet waar. Mijn onderzoek laat zien dat de stijging van de opbrengsten in de landbouw sinds 1950 klein is (slechts 12 procent), terwijl de input enorm is gestegen: ruim 600 procent. Vooral het indirecte gebruik van energie, arbeid en land is gegroeid. Ik heb alle input en output omgerekend naar energie. In 1950 leverde de landbouw net iets meer energie op dan erin was gestopt. In 2015 is de input per hectare ruim zes keer zo hoog als de output. De landbouw heeft dus zes eenheden energie nodig om één eenheid energie te produceren. Hoe kun je dat efficiënt noemen?”

“Veel mensen denken dat we steeds meer produceren op steeds minder grond. Het is inderdaad waar dat het areaal landbouwgrond in Nederland is gekrompen: van 2,3 miljoen hectare in 1950 naar 1,8 miljoen hectare in 2015. Maar ik kijk ook naar het indirecte landgebruik dat de Nederlandse landbouw nodig heeft in binnen- en buitenland, zoals de teelt van veevoer, maar ook de mijnbouw voor onze grondstoffen. Dit is enorm gestegen: van 0,4 miljoen naar 3,2 miljoen hectare. Dus opgeteld is het landgebruik van onze landbouw gestegen van 2,7 miljoen in 1950 naar ruim 5 miljoen hectare in 2015.”

Dat kan niet waar zijn
Meino Smit keerde voor zijn promotieonderzoek terug naar de universiteit waar hij in 1975 was afgestudeerd. Na zijn studie ging hij aan de slag als adviseur, maar zijn boerenbloed – beide grootvaders waren boer – trok hem in 1996 weer naar de landbouw. Hij boert nu op een biologisch akkerbouwbedrijf van 45 hectare. “We werken biodynamisch, maar we kiezen niet voor Demeter, omdat het een persoonlijke ontwikkelingsweg is. Daar past geen certificaat bij.”

In de loop der jaren zag hij alle machines steeds groter worden, ook bij bio en BD, ook bij zichzelf. “In de landbouwbladen lees ik dat de landbouw steeds duurzamer wordt, maar dan denk ik: dat kan niet waar zijn. Ik zie zelfrijdende aardappel- en bietenrooiers die bijna 30 ton wegen. En alles zit vol elektronica. Dus het gebruik van energie en grondstoffen groeit enorm.”

Het ongemakkelijke gevoel dat het helemaal de verkeerde kant op gaat – en dat hij daar zelf ook aan mee doet – was voor hem een drijfveer om op zoek te gaan naar harde cijfers. Cijfers die niet alleen de directe input in beeld brengen, maar ook de indirecte input. Want het gaat niet alleen om de diesel die een landbouwmachine verbruikt. Ook het bouwen van de machine kost energie. En het winnen en verwerken van ijzer en andere grondstoffen waarmee het apparaat gemaakt is. En al het transport daarvoor en de infrastructuur om het transport mogelijk te maken. En alle grond en materialen die nodig zijn voor transport, fabrieken en mijnbouw. En de energie slurpende datacentra voor alle elektronica.

Acht jaar lang offerde Meino al zijn vrije tijd op aan het verzamelen en combineren van gegevens. Op 11 september 2018 promoveerde hij bij Prof. Jan Douwe van der Ploeg op het onderzoek naar de duurzaamheid van de landbouw van 1950 tot 2015 en naar een duurzaam scenario voor het jaar 2040.

Indirecte kosten
De uitkomsten van zijn onderzoek waren nog schokkender dan Meino zelf had verwacht. “Kijken we naar de klimaatdoelen van het akkoord van Parijs, dan moet het energieverbruik drastisch naar beneden. In 2050 moet het gebruik van fossiele energie dalen naar tien procent van het huidige gebruik. Maar kies je voor elektrische auto’s, windturbines en zonnecellen, dan heb je veel zeldzame aardmetalen nodig. Die raken op. De winning is zeer vervuilend en er komen mensen bij om. Dat wordt totaal niet gezien.”

“Stel je hebt elektronica gekocht waarmee je twee man op je loonlijst bespaart. Indirect zet je dan mensen voor jou aan het werk in de mijnbouw in China. Dat is dus helemaal niet efficiënt. Als je alle maatschappelijke kosten meetelt – voor Nederland 5 tot 20 miljard euro per jaar – dan kost de huidige landbouwproductie meer dan ze opbrengt.”

Derk Klein Bramel: “Hoe kan het dat het zo gegaan is, dat het economisch systeem een eigen leven is gaan leiden? Ik zie het ook bij mijn zoon, die in de melkrobots werkt. Steeds meer gegevens worden in het systeem ingevoerd. Elke keer dat een koe naar binnen loopt, wordt zijn body mass index gemeten. Dat houdt de boer ervan af om zelf waarnemingen te doen. Hij wordt er totaal afhankelijk van. En dit wordt allemaal met de beste intenties gedaan: het verbeteren van de landbouw.”

Meino: “Ik zit er zelf ook midden in. Ik weet dat het voor het energiegebruik beter is om de trekker te laten staan en het werk met de hand te doen. Maar als ik dat zou doen, ben ik binnen een jaar failliet. In mijn rapport heb ik als voorbeeld een berekening gemaakt van het inzaaien van een perceel met erwten, waarbij ik een trekker met zaaimachine heb vergeleken met een handzaaimachine. Dan blijkt dat het handzaaien in geld 3,4 keer duurder is. Het machinezaaien kost 55 keer zoveel energie. De energie moet dus veel duurder worden en arbeid veel goedkoper om het financieel aantrekkelijk te maken energiezuinig te werken.”

“Het is modern om alles met sensoren te meten. Maar waar het in de BD om gaat, is heel goed waarnemen. Ik schrik ervan als ik merk hoe weinig de boeren van de natuur weten, terwijl mijn beide grootvaders heel goed konden waarnemen in de natuur. In één of twee generaties is al die kennis weg; vervangen door elektronica die veel vervuiling met zich meebrengt.”

Duurzaam in 2040
Derk: “Wat mij zo aanspreekt aan het duurzame scenario in 2040, dat je in je boek hebt geschetst, is dat het niet alleen gezond is voor de aarde, maar ook voor de mensen. Je schrijft dat het haalbaar is om 17 miljoen mensen te voeden van de Nederlandse akkers, zonder import en export en met een minimaal energie- en grondstoffengebruik, maar wel met een aanpassing van het eetpatroon met veel minder dierlijke producten. Er moeten 470.000 extra mensen op het land gaan werken. Mensen gaan dus meer bewegen en gezonder eten.”

Meino: “Ik heb de richtlijnen voor gezonde voeding overgenomen van de Gezondheidsraad, waarbij ik de hoeveelheid dierlijke producten heb gehalveerd. Het betekent dat we meer noten en peulvruchten moeten gaan telen en eten. Het areaal noten is nu 61 hectare. In mijn plaatje van 2040 is het 78.000 hectare.”

Derk: “Maar hoe ziet zo’n boerderij in 2040 er dan uit? Hoe zou jouw boerderij eruit zien?”

Meino: “Voor mijn bedrijf van 45 hectare zouden tien extra werkkrachten nodig zijn, full time. Je zou het bedrijf in vieren kunnen splitsen. Ik heb me afgevraagd welke schaal optimaal is en het meest arbeidsvreugde oplevert. Als je hele grote percelen met de hand moet wieden, is dat niet leuk meer, maar kleine percelen zijn geen probleem. Als de noodzaak tot schaalvergroting weg is, kunnen bedrijven kleiner zijn. Je maakt ze dan financieel gezien weer beter overdraagbaar. Een areaal rond 12 hectare is voor akker- en veebedrijven mooi.”

“Met kleinere percelen en meer houtwallen krijg je meer biodiversiteit en een stabielere gezondheid van de gewassen. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden niet meer gebruikt. De organische reststromen moeten weer terugkomen op de akker. Daarvoor moeten de riolering en de afvalwaterzuivering totaal anders georganiseerd worden; decentraal in kleine eenheden, bijvoorbeeld aansluitend bij de composteerbedrijven. Ook baggerspecie moet terug op het land, want daarin bevinden zich de verweringsproducten uit de bergen. Momenteel demineraliseren we onze landbouw en voeding omdat we een groot deel van de voedingsstoffen niet recyclen.”

“Op mijn bedrijf heb ik wel een begin gemaakt door fruitbomen te planten met struiken ertussen en stroken groente ernaast, een beetje permacultuurachtig. Rondom het bedrijf ligt een houtwal en rond de akkers liggen natuurstroken.”

Nieuwe oplossingen
Derk: “Maar hoe krijg je weer zoveel mensen de landbouw in?”

Meino: “Heel veel dingen van nu kunnen dan niet meer. De hele maatschappij moet immers naar een veel lager gebruik van fossiele brandstoffen. We krijgen weer een meer agrarische maatschappij. Mensen die nu bij toeleveranciers werken, kunnen weer terug de landbouw in. In de stad zijn veel mensen die verbinding zoeken met hun voedsel. Je ziet dat de opleiding Stadslandbouw veel mensen trekt. Het werk zal anders zijn dan vroeger. De oude machines van onze grootvaders zijn niet doorontwikkeld. Als je er in Wageningen en Delft onderzoekers en studenten op zet, komen er nieuwe oplossingen, zodat we onze ruggen niet hoeven te verslijten.”

Derk: “Mansholt zag aan het eind van zijn leven in dat hij de verkeerde weg was ingeslagen. Maar er zijn maar weinig mensen die beseffen dat het roer nu echt om moet.”

Meino: “Keuzes worden uitgesteld. Maar nu moet het gebeuren. We hebben nog 20 jaar tot 2040. In die 20 jaar kun je veel investeringen afschrijven. Maar dan moet de overheid nú aangeven waar het heen moet. Als ik rondrijd zie ik overal kapitaalvernietiging: grote nieuwe stallen, terwijl de veestapel enorm moet inkrimpen.”

Derk: “Het landbouwmodel waar jij op uitkomt, lijkt heel erg op de landbouw waarover we kunnen lezen in de Landbouwcursus van Rudolf Steiner, een divers bedrijf met nauwelijks input van buiten. Dat laat je met keiharde cijfers zien.”

Meino: “De huidige BD-landbouw is niet duurzaam. Vooral de grote bedrijven zijn heel afhankelijk van fossiele energie, dus ook BD-bedrijven moeten nog ingrijpend veranderen. Maar ze lopen wel voorop.”

Lees hier de samenvatting van het proefschrift: samenvatting-duurzaamheid-landbouw

Het hele rapport De Duurzaamheid van de Nederlandse landbouw 1950-2015-2040 is online te lezen via http://edepot.wur.nl/449448. Voor nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met Meino Smit, mjsmit90@kpnmail.nl.


Dit bericht is onderdeel van het dossier Duurzame landbouw.