Bedrijfsindividualiteit en bedrijfsvoering

Kraaybeekerhof, individualiserend verfraaien

Bedrijfsindividualiteit gaat over ruimte geven voor het eigene van de ander. In het project Bedrijfsindividualiteit, onderzoeken Albert de Vries en Luc Ambagts wat het ‘ingaan op dat eigene’ kan betekenen voor de versterking van  een bedrijf, of een samenwerkingsverband. ‘Wat wil die ander, of wat wil dat andere dat ik tegenover me vind?’

Een voorbeeld

“Ik ben aan de slag gegaan met het veld waar we vorige keer naar gekeken hebben,” vertelt Dave Hardy. We staan opnieuw in de zelfoogsttuin van Kraaybeekerhof op dezelfde plek als vorige maand. Nu met Dave Hardy, Jasper Sinoo, Jola Meijer en Merel. We zien weer kale grond met nauwelijks opgekomen groenbemester.

Als een gewas niet goed wil groeien is het advies in het algemeen goed bemesten en de grond omwerken. Hier hebben we geprobeerd te achterhalen waar het veld zelf om vraagt. Welke handelingsimpuls leeft hier. Op het eerste gezicht is er niks veranderd. Wel is de beleving anders, vitaler. De vorige keer noemden we het in een primaire reactie een woestijn, een verlaten oord. Dave wijst ons nu de veranderingen aan. “Ik heb de rij herfstasters aan de westkant verplant. Die staan nu aan de achterkant van het veld. Daarna ben ik aan de gang gegaan met de verwaarloosde rand gras aan de kant met de buren. Dat hoort er als het ware weer meer bij.”

Dave zegt dat de opmerking over het licht, de diamant, hem aangezet heeft tot zijn voortvarend aanpakken. Jasper valt hem bij: “Als je zo’n impuls voelt, moet je hem pakken. Als je alles gaat overleggen wordt het rationeel. Dan krijg je voortdurend commentaar dat je afwijkt van het plan en dan verdwijnt de schoonheid.” We zijn allemaal verbaasd dat de ingreep aan de periferie zo’n impact kan hebben. Hoe zal het hier nu gaan groeien?

Bedrijfsindividualiteit als dynamiek

In het ruimte laten voor de ander komen we een dynamiek tegen die kenmerkend is voor deze zelfoogsttuin, waar veel vrijwilligers werken. Dave: “Wij bemiddelen tussen de vrijwilligers en de bedrijfsindividualiteit. Dan kunnen zij zich zelf hiermee verbinden en hun eigen initiatief oppakken. Jasper en ik zijn er voor de vrijwilligers, maar we zijn niet een baas die voortdurend zegt wat ze moeten doen. Zij zijn hier ook omdat zij iets willen. Het wachten op eigen initiatief leidt ook tot grappige situaties. Zo stond er twee maanden een kruiwagen aan de rand van het voedselbos met een rest plantgoed. Het is onze mooiste kruiwagen, maar niemand pakt hem beet.”

Het begin van het onderzoek

In november zijn we begonnen met een eerste kennismaking en een werkbijeenkomst. In deze kennismaking introduceerde Albert het idee om binnen Kraaybeekerhoftuinderij de verscheidenheid aan kwaliteiten te onderzoeken en te zien wat elke plek of situatie dan vraagt. Een antwoord kan bijvoorbeeld zijn, een compost geprepareerd met één van de preparaten. Daarmee wordt dan aangesloten bij de kwaliteit van die plek. Een speciaal uitgekozen preparaat kan die kwaliteit versterken, in plaats van dat alle preparaten overal worden toegepast. We besloten gewoon hiermee aan de gang te gaan door steeds die verscheidenheid op te zoeken. In dit eerste gesprek werd direct beleefbaar hoe enthousiast Jasper en Dave zijn voor zo’n onderzoeksaanpak. Die past dus ook bij het eigene van hun bedrijf!

In de volgende werkbijeenkomst onderzochten we twee percelen. Een waarop de gewassen het heel goed doen en een waarop de gewassen het juist zeer matig doen. Op het eerste perceel staan allerlei koolsoorten: spruitkool, palmkool, broccoli, … . Wat opvalt is een golving in de hoogte van het gewas, in de lengterichting van de rijen of dwars erop. Het zijn ook net allerlei gewassen die een soort kruin hebben. Een golvend bos. Het heeft ook omslotens. De dynamiek wordt gekarakteriseerd met de woorden: ‘meebewegend vooruitgaan’, ‘dansend omhullen’, ‘omsluitend meenemen’. Kwaliteiten als van een schipper, een vliegenier, een kleuterjuf.

Op het tweede perceel – dat uit de inleiding – staan restjes bieslook, peterselie, veldsla. Het veld maakt een verlaten, afgeknepen indruk, roept een gevoel van verdriet op. De rij herfstasters staat tussen dit perceel en de rest. Er is nauwelijks een afscheiding met de achtertuinen van de buren. Net of het er niet bij hoort. De dynamiek wordt gekarakteriseerd met de woorden: ‘verinnerlijkend verwerken’, ‘vasthouden stilvallen’, ‘dichtslaand terugtrekken’. Kwaliteiten die positief herkenbaar worden in beroepen als een dichter, een diamantslijper, een smid. Daarmee wordt het positieve gezien van de kwaliteit die daar is. Nu, na de ingreep van Dave, is de beleving al direct positiever: “Het perceel gaat er al meer bij horen, ik beleef al blijdschap, het gaat al oplichten.”

Het vervolg

We gaan het komend jaar verder met deze zoek- en ontdekkingstocht. We onderzoeken de kwaliteit van het voedselbos dat afgelopen jaar is aangelegd, het park, de samenwerking met de nieuwe restauranthouders. Er zijn veel nieuwe dingen. “Ja,” zegt Dave, “als je denkt dat alles hetzelfde blijft, of dat je je wil aan het bedrijf kunt opleggen, dan blijf je hier niet lang. Je moet mee kunnen bewegen”.


Het project Bedrijfsindividualiteit

Rudolf Steiner introduceerde het idee bedrijfsindividualiteit in 1924 in de Landbouwcursus. Het streven van het Project Bedrijfsindividualiteit is, dat 100 jaar na die introductie dit idee beleefbaar, overdraagbaar en benoembaar gemaakt is, zodat netwerken van mensen zich expliciet met dit idee verbind. Dat kan bijdragen aan duurzaamheid en menselijkheid in de landbouw en de samenleving.

Met het idee bedrijfsindividualiteit wordt er van uit gegaan dat elk bedrijf uniek en eigen is. Het is een lotsgegeven, dat bepaald wordt door:

  • sociaaleconomische omstandigheden, zoals geografische ligging binnen een land, ligging ten opzichte van havens, historie, eigendomsverhoudingen, etc;
  • het eigene en initiatief van de grondleggers, c.q. de actuele leidinggevenden.

Het idee bedrijfsindividualiteit vraagt een volledig accepteren van de gegeven situatie. Tegelijkertijd vraagt het een creatief omgaan daarmee, zodat het unieke en eigene des te krachtiger kan verschijnen en werken. Voor ondernemers en medewerkers staat de vraag centraal: “Wat vraagt dit bedrijf van mij?”, of, anders geformuleerd: “Wat kan ik bijdragen aan de ontwikkeling van het bedrijf?” In een management-, of systeembenadering staat vaak optimalisering in kwantitatieve zin centraal. Hier gaat het om een werken met de unieke, individuele kwaliteit. Intuïtief én effectief.

Doel van het project Bedrijfsindividualiteit

  • het idee bedrijfsindividualiteit te verkennen, nader uit te werken en voorbeelden van good-practices overdraagbaar te maken;
  • het idee bedrijfsindividualiteit te exploreren middels experimenteren met landbouwkundige, sociale en/of sociaaleconomische vraagstukken;
  • netwerken rond het idee bedrijfsindividualiteit te creëren.

Dit project kon starten door financiële ondersteuning van de BD-Vereniging. Het project wordt begeleid door Albert de Vries en Luc Ambagts.

Meedoen met het project Bedrijfsindividualiteit

Kraaybeekerhof is het eerste bedrijf dat in dit project voor een jaar meedoet. Kortere of langere werkvormen zijn mogelijk.  Meedoen kan zowel vanuit een landbouwbedrijf, een handelsorganisatie, een winkel, als vanuit elk ander bedrijf. Ook in het buitenland vinden partnerprojecten plaats. Financiering zal per situatie bekeken worden.

Heb je interesse neem dan contact op met Albert de Vries via: albertdevries@onderzoekineigenwerk.nl.


De begeleiders van het project Bedrijfsindividualiteit

Albert de Vries voert projecten uit in de landbouw, de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap en het onderwijs. “Het waarderen van het eigene van de ander werkt telkens weer heel verrassend, vitaal.”
onderzoekineigenwerk.nl

Luc Ambagts werkt als beleidsmedewerker voor de BD-Vereniging. “De veranderingen die je in de samenleving zou willen zien, hoe dicht kun je die op jezelf betrekken?”
jemagalles.nl

Berichten over bedrijfsindividualiteit

1208, 2020

Ontmoet je eigen bedrijf

In de biologisch-dynamische landbouw streeft de boer er naar het beste, het mooiste uit zijn of haar bedrijf te halen. [...]